‘SCHAAMSPEL’
MIJN EERSTE ROMAN

Luuk Hoedemaekers, auteur, acteur en regisseur

Mijn herinneringen maken me weemoedig, mijn verbeelding doet me verlangen, mijn fantasie laat me genieten. Uit dit overspelig huwelijk, dit prikkelend samenspel wordt misschien iets moois geboren.

Binnenkort verschijnt mijn eerste roman. Een thriller. Een literaire thriller. Een psychologische thriller. Een politieroman. Een dorpskroniek. Een parade van gekwetste mensen.

 ‘Als alleen de wind huilt aan mijn graf
En alleen de dauw er mij zijn tranen laat
Als alleen het onkruid schrijft met kleur van groen
En alleen de merel hier ooit een treurlied slaat
Als alleen de zon mijn kille bed verwarmt
En alleen haar licht zo nu en dan de eeuwige schaduw schaadt
Ook dan zal ik er moeten rusten van het leven
Dat leven dat ik zo nodeloos heb gehaat’

Uit: ‘Schaamspel’

Schaamspel, de eerste roman van Luuk Hoedemaekers!

Schaamspel

Enkele passages uit mijn eerste roman ‘Schaamspel’…

Jankend om wat was bleef hij verder dwalen, ten prooi aan de tijd en haar archonten. Zelfs de stad kleineerde en bespuwde hem. De muren van de huizen en appartementsgebouwen schuurden langs zijn huid. Ze bogen zich grijnzend naar hem toe en hij hoorde hen fluisteren hoe ze hem langzaam zouden gaan verpletteren, hoe ze zijn door Angst en prakkiseren verweekte hersenen zouden vermorzelen, hoe ze zijn kiezen zouden vermalen tot gruis waar zelfs de lelijkste en meest schurftige bastaardhonden niet op zouden willen pissen, hij hoorde hen schreeuwen hoe ze het vel van zijn ziekelijk lijf zouden schrapen, hoe ze steen aan steen zijn gescleroseerde botten zouden breken, hoe ze zijn meurende ingewanden door de riolen zouden persen als voer voor de ratten. Ze schreeuwden en joelden tegen hem, ze verachtten hem om wat hij gedaan had, ze sloegen met hun deuren en rammelden met hun ramen, als een boosaardige fanfare die hem haar gemeenste beschuldigingen in wanklanken toe krijste, een kakafonie die zijn hele lichaam teisterde. De vensters van de gebouwen gilden mee en de strepen gebroken avondlicht die ze lieten vallen, brandden wonden in zijn donkere ziel.

Haar geur, nog voor ze iets gezegd had, haar stem, na al die tijd, het beeld van dat prachtige lichaam toen hij zich omgedraaid had… de verwoestende kracht van herinnering en verlangen trof hem genadeloos en scheurde het verdriet langs alle naden open. Hij voelde hoe het leven zich op dat moment in hem verhevigde, hoe het bloed op dubbele snelheid door zijn aders joeg, hoe zijn gedachten zich exponentieel vermenigvuldigden en het leek alsof dat leven daardoor te veel werd om door één lichaam gedragen te kunnen worden en hij er ieder ogenblik uit zou kunnen barsten.

Teder ook, heel voorzichtig, hadden ze met elkaar gevreeën, die eerste keer, bij haar thuis, op de bank, daarna in bed. De onzekerheid, de puberstress die hij gevoeld had toen hij zich voor haar had uitgekleed, had haar doen glimlachen. Later, met de ervaring en het vertrouwen, was ook de louter seksuele passie doorgebroken. Hun hongerige geslachtsorganen eisten steeds meer. Linz en Sascha verkenden de grenzen van hun fantasie, ze zochten en ontdekten steeds nieuwe en gedurfdere wegen om elkaar te laten genieten. Soms bedreven ze de liefde met slechts de kracht van hun tong, de handen louter door wilskracht tot passiviteit geboeid.

Zou het altijd zo blijven?
In… uit. In… uit.
Nee, natuurlijk zou het niet altijd zo blijven. Het was nu al niet meer zo. De wanhoop was uit zijn verdriet verdwenen. Het was een comfortabeler verdriet geworden. Het schuurde niet meer zo, al liet het zich soms nog in zijn meest onaangename gedaante zien, op de momenten waarop hij het kwetsbaarst was, tijdens een repetitie bijvoorbeeld, of als hij thuis op de zetel lag en net iets te veel gedronken had, wanneer het gewicht van oude herinneringen hem de adem benam, of wanneer herinneringen die nooit geboren zouden worden zichzelf al schiepen. Dan zat hij weer gevangen in dat zelfgesponnen web van liefdesslavernij. Dan liet hij zich gewillig meeslepen door die pijn uit het verleden, dan stond hij onbewust toe dat zijn pijnlichaam de controle overnam. Mijn leven is verspild leven, dacht hij dan, het zou pas betekenis hebben gekregen als het geleefd was geweest door een ander, door iemand die er wel iets van had kunnen maken. Dan schreef hij brieven naar haar, brieven die hij nooit verstuurde maar allemaal verscheurde, op die ene na, die hij had geschreven toen hij jankend op de knieën voor ‘hun’ foto lag, die ene waarin hij zichzelf met onbeantwoordbare vragen gemarteld had.

Wil je weten wanneer ‘Schaampel’
in de winkelrekken ligt?

Mijn herinneringen maken me weemoedig, mijn verbeelding doet me verlangen, mijn fantasie laat me genieten. Uit dit overspelig huwelijk, dit prikkelend samenspel wordt misschien iets moois geboren.

Binnenkort verschijnt mijn eerste roman. Een thriller. Een literaire thriller. Een psychologische thriller. Een politieroman. Een dorpskroniek. Een parade van gekwetste mensen.

 ‘Als alleen de wind huilt aan mijn graf; En alleen de dauw er mij zijn tranen laat; Als alleen het onkruid schrijft met kleur van groen; En alleen de merel hier ooit een treurlied slaat; Als alleen de zon mijn kille bed verwarmt;En alleen haar licht zo nu en dan de eeuwige schaduw schaadt; Ook dan zal ik er moeten rusten van het leven; Dat leven dat ik zo nodeloos heb gehaat’

Uit: ‘Schaamspel’

Schaamspel, de eerste roman van Luuk Hoedemaekers!

Schaamspel

Enkele passages uit mijn eerste roman ‘Schaamspel’…

Jankend om wat was bleef hij verder dwalen, ten prooi aan de tijd en haar archonten. Zelfs de stad kleineerde en bespuwde hem. De muren van de huizen en appartementsgebouwen schuurden langs zijn huid. Ze bogen zich grijnzend naar hem toe en hij hoorde hen fluisteren hoe ze hem langzaam zouden gaan verpletteren, hoe ze zijn door Angst en prakkiseren verweekte hersenen zouden vermorzelen, hoe ze zijn kiezen zouden vermalen tot gruis waar zelfs de lelijkste en meest schurftige bastaardhonden niet op zouden willen pissen, hij hoorde hen schreeuwen hoe ze het vel van zijn ziekelijk lijf zouden schrapen, hoe ze steen aan steen zijn gescleroseerde botten zouden breken, hoe ze zijn meurende ingewanden door de riolen zouden persen als voer voor de ratten. Ze schreeuwden en joelden tegen hem, ze verachtten hem om wat hij gedaan had, ze sloegen met hun deuren en rammelden met hun ramen, als een boosaardige fanfare die hem haar gemeenste beschuldigingen in wanklanken toe krijste, een kakafonie die zijn hele lichaam teisterde. De vensters van de gebouwen gilden mee en de strepen gebroken avondlicht die ze lieten vallen, brandden wonden in zijn donkere ziel.

Haar geur, nog voor ze iets gezegd had, haar stem, na al die tijd, het beeld van dat prachtige lichaam toen hij zich omgedraaid had… de verwoestende kracht van herinnering en verlangen trof hem genadeloos en scheurde het verdriet langs alle naden open. Hij voelde hoe het leven zich op dat moment in hem verhevigde, hoe het bloed op dubbele snelheid door zijn aders joeg, hoe zijn gedachten zich exponentieel vermenigvuldigden en het leek alsof dat leven daardoor te veel werd om door één lichaam gedragen te kunnen worden en hij er ieder ogenblik uit zou kunnen barsten.’

Teder ook, heel voorzichtig, hadden ze met elkaar gevreeën, die eerste keer, bij haar thuis, op de bank, daarna in bed. De onzekerheid, de puberstress die hij gevoeld had toen hij zich voor haar had uitgekleed, had haar doen glimlachen. Later, met de ervaring en het vertrouwen, was ook de louter seksuele passie doorgebroken. Hun hongerige geslachtsorganen eisten steeds meer. Linz en Sascha verkenden de grenzen van hun fantasie, ze zochten en ontdekten steeds nieuwe en gedurfdere wegen om elkaar te laten genieten. Soms bedreven ze de liefde met slechts de kracht van hun tong, de handen louter door wilskracht tot passiviteit geboeid.’

Zou het altijd zo blijven?
In… uit. In… uit.
Nee, natuurlijk zou het niet altijd zo blijven. Het was nu al niet meer zo. De wanhoop was uit zijn verdriet verdwenen. Het was een comfortabeler verdriet geworden. Het schuurde niet meer zo, al liet het zich soms nog in zijn meest onaangename gedaante zien, op de momenten waarop hij het kwetsbaarst was, tijdens een repetitie bijvoorbeeld, of als hij thuis op de zetel lag en net iets te veel gedronken had, wanneer het gewicht van oude herinneringen hem de adem benam, of wanneer herinneringen die nooit geboren zouden worden zichzelf al schiepen. Dan zat hij weer gevangen in dat zelfgesponnen web van liefdesslavernij. Dan liet hij zich gewillig meeslepen door die pijn uit het verleden, dan stond hij onbewust toe dat zijn pijnlichaam de controle overnam. Mijn leven is verspild leven, dacht hij dan, het zou pas betekenis hebben gekregen als het geleefd was geweest door een ander, door iemand die er wel iets van had kunnen maken. Dan schreef hij brieven naar haar, brieven die hij nooit verstuurde maar allemaal verscheurde, op die ene na, die hij had geschreven toen hij jankend op de knieën voor ‘hun’ foto lag, die ene waarin hij zichzelf met onbeantwoordbare vragen gemarteld had.

Wil je weten wanneer ‘Schaampel’ in de winkelrekken ligt?

Luuk Hoedemaekers, auteur, acteur & regisseur
GSM: +32 (0)479 61 93 10 • E-mail: luuk@wol.be
Kakebeekstraat 12A • 3950 Bocholt

Luuk Hoedemaekers
auteur, acteur & regisseur
GSM: +32 (0)479 61 93 10
E-mail: luuk@wol.be
Kakebeekstraat 12A
3950 Bocholt