Kunst (lees: amateurtheater) kan de wereld niet redden. Kon de kunst dat wel, dan was de wereld al lang gered. En dat is tot nader order niet het geval.

Je ziet, ik hou de dingen graag eenvoudig.

Het hoogste wat de kunst kan bereiken is de mens tot nadenken aan te zetten, zodat hij zijn opvattingen bij kan stellen, of zo nodig, zelfs herzien. Maar dat is uiteraard niet het privilege van de kunst! Mensen die nadenken, die nagedacht hebben en die blijven nadenken, die mensen kunnen de wereld redden. Nadenken sluit handelen niet uit. Of kan alleen de Apocalyps, de wereldbrand, de totale revolutie de wereld nog redden?

De echte relevantie van kunst (lees: amateurtheater) ligt misschien wel ergens anders, bijvoorbeeld daar waar de toeschouwer haar meent te kunnen ontdekken. In de lach misschien? De lach die mensen samenbrengt, die hen voor heel even bindt.

Theater is geen exacte wetenschap, gelukkig maar. Theater kan dus geen eenduidige antwoorden geven. Theater hoeft dat zelfs helemaal niet te doen.

Theater creëert een fantasiewereld waarin acteurs genieten en waar zij de toeschouwers bij dat genieten willen betrekken. Acteurs reiken de toeschouwers vol overtuiging die fantasiewereld aan, maar het is de toeschouwer zelf die al dan niet voor de overgave aan de fantasie kiest. Misschien is het wonder der verbeelding, der fantasie, wel de essentie van het menselijk bestaan.